Twee procedures
We kennen in Nederland een stelsel van twee verschillende wegen voor ontslag: via het UWV en via de kantonrechter. Beide met verschillende rechten en termijnen. Dat maakt het lastig te besluiten voor welke weg te kiezen.
De UWV-procedure wordt in de praktijk meestal gebruikt voor ontslag op bedrijfseconomische gronden. De werkgever hoeft met een ontslagvergunning in de hand geen ontslagvergoeding te betalen, maar loopt nog wel het risico van een kennelijk onredelijk ontslagprocedure.
De ontbindingsprocedure is een relatief snelle procedure die geen beroep kent. De uitkomst is dus definitief. Daarnaast gelden de wettelijke opzegverboden niet bij een ontbinding, als het verzoek maar geen verband houdt met een opzegverbod. De werkgever loopt wel het risico een forse ontbindingsvergoeding te moeten betalen. Welke procedure dus de voorkeur heeft, is afhankelijk van de omstandigheden.
Wet
De ontslagvergunning via het UWV WERKbedrijf (hierna UWV) is geregeld in artikel 6 BBA (Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen): de werkgever heeft voor de opzegging van de arbeidsverhouding vooraf toestemming van het UWV nodig.
De ontbindingsprocedure is geregeld in artikel 7:685 BW: zowel de werknemer als werkgever kan zich op elk moment tot de kantonrechter wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden.
Procedure
De aanvraag van een ontslagvergunning bij het het UWV verloopt schriftelijk. Als de werkgever een verzoek indient mag de werknemer schriftelijk verweer voeren, en andersom. Vervolgens neemt het UWV een beslissing.
De ontbindingsprocedure begint met het indienen van een verzoek bij de kantonrechter. De andere partij mag vervolgens een verweerschrift in te dienen tegen de ontbinding. Er volgt meestal nog een mondelinge behandeling. De partijen hoeven geen advocaat in de arm te nemen, ze kunnen zich eventueel laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of zelf het woord voeren.
Duur van de procedure
De aanvraag van een ontslagvergunning duurt meestal zo´n 6 tot 8 weken.
Een ontbindingsprocedure kan langer duren. Het verzoekschrift wordt in ieder geval binnen 5 weken na het indienen van het verzoek in behandeling genomen. Als beide partijen het met de ontbinding eens zijn, kan de ontbinding binnen een paar weken rond zijn (pro forma-zaken). Na de behandeling kan het nog 6 weken duren voordat de kantonrechter zijn beschikking geeft.
Beroepsmogelijkheden
Tegen een beslissing van het UWV is in principe geen beroep mogelijk. Wel kan de werknemer een beroep doen op een kennelijk onredelijk ontslag.
Tegen de beschikking van de kantonrechter is in principe ook geen hoger beroep mogelijk.
Opzegtermijn
De werkgever moet binnen acht weken gebruik maken van de door het UWV verleende ontslagvergunning. Als hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzegt, gaat de geldende opzegtermijn lopen. Dat kan de opzegtermijn zijn uit de arbeidsovereenkomst, de cao of de wettelijke opzegtermijn.
Bij een ontbinding is er geen opzegtermijn. De kantonrechter bepaalt de datum waarop de ontbinding ingaat. Dat kan meteen zijn, of op een later tijdstip.
Kosten van de procedure
Aan het aanvragen van een ontslagvergunning zijn geen kosten verbonden. Er is ook geen sprake van een recht op een ontslagvergoeding.
Bij een ontbindingsprocedure zijn de kosten hoger: griffiekosten voor degene die het verzoek indient ( €70 of €140, afhankelijk van de hoogte van de vordering), eventueel rechtsbijstandskosten en een vergoeding volgens de kantonrechtersformule.
Als het ontbindingsverzoek wordt afgewezen, kan de partij die het verzoek indiende ook veroordeeld worden om de kosten van de tegenpartij te betalen. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten voor rechtsbijstand, reis-en verblijfkosten, uittreksels en buitengerechtelijke kosten.
Vergoeding
Bij de procedure via het UWV hoeft de werkgever geen ontslagvergoeding te betalen. Toch kan de werkgever uiteindelijk voor flinke kosten komen te staan als de werknemer besluit een kennelijk onredelijk ontslag procedure (link) te starten. Dan is de kans groot dat er dan alsnog een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule betaald moet worden.
Bij een ontbinding wordt de vergoeding berekend op basis van de kantonrechtersformule.
Intrekken van verzoek
Als de kantonrechter van plan is bij een ontbindingsverzoek een schadevergoeding toe te wijzen dan mag de werkgever zijn verzoek nog intrekken om zo de ontbinding (en de het betalen van de schadevergoeding) te voorkomen.

De werkgever moet binnen acht weken gebruik maken van de door het UWV verleende ontslagvergunning. Als hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzegt, gaat de geldende opzegtermijn lopen. Dat kan de opzegtermijn zijn uit de arbeidsovereenkomst, de cao of de wettelijke opzegtermijn.
Een vriend van mij benaderde mij met de vraag of het terecht was dat de UWV bij het verlenen van de ontslagvergunning de opzegtermijn ook had aangepast van 2 maanden naar 1 maand. Of dit mag kan ik nergens terugvinden. Weet iemand hier antwoord op?