De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) heeft op verzoek van de sociale partners voor twintig sectoren inzichtelijk gemaakt hoe de vlag er in de toekomst bij hangt.
Zeker in een sterk veranderende arbeidsmarkt is het van groot belang te weten waar de tekorten en overschotten te verwachten zijn. Alleen dan is het namelijk mogelijk om onnodige werkloosheid en onnodig lang openstaande vacatures te voorkomen. De bevindingen staan opgeschreven in het Hoofdlijnenrapport sectorale arbeidsmarktinformatie en in 20 sectorale deelrapportages die terug te vinden zijn bij de sectorinformatie.
Geen groot arbeidsmarkttekort
Een van de opvallendste conclusies is dat er geen groot tekort op de arbeidsmarkt als geheel ontstaat. Dat is in tegenspraak tot wat veel andere rapporten en deskundigen beweren. ‘Er is nog geen enkel bedrijf failliet gegaan door een tekort aan personeel. Werkgevers gaan namelijk andere technieken gebruiken: de arbeidsproductiviteit verhogen, uitbesteden naar het buitenland, meer betalen voor arbeid, enzovoort. Het is een kwestie van vraag en aanbod.’
Specifieke tekorten
Wel ontstaan er tekorten en overschotten naast elkaar, in dezelfde sectoren: ‘De bouw krimpt bijvoorbeeld, maar er zal een tekort ontstaan aan betonboorders, asbestverwijderaars en glaszetters. In de zorg zie je dat er minder vraag komt naar mbo niveaus 1 en 2 omdat het kwaliteitsniveau van de zorg omhoog gaat. Maar er gaat een tekort op niveau 3 en OK-verpleegkundigen ontstaan. Het is een uitdaging om mensen te behouden voor sectoren door ze bij- en om te scholen.’
Hoger en lager opgeleiden
Uit de cijfers blijkt dat over het algemeen HBO’ers goede perspectieven hebben. Beter dan WO’ers, al treden daar ook verdringingseffecten op. Alle sectoren overziende valt op dat de overschotten zich concentreren op de lagere MBO-niveaus, terwijl de tekorten op de hogere MBO-niveaus en op HBO-niveau te vinden zijn.
Duidelijke arbeidsmarktperspectieven
Over het algemeen doen we te weinig om aan studenten duidelijk te maken waar later perspectief op een baan is, en waar niet. ‘Door die arbeidsmarktperspectieven niet duidelijk te maken, ontstaat er een mismatch. We kunnen meer doen om jongeren arbeidsmarktrelevante opleidingen te laten volgen.’
Wat kunnen P&O’ers doen?
Waar kunnen P&O´ers helpen om de mismatch tussen vraag en aanbod zo klein mogelijk te laten zijn?
- ‘Werk samen met bedrijven tussen verschillende sectoren. Creëer arrangementen om overtollige belastingambtenaren over te plaatsen naar de zakelijke dienstverlening. Daarin kunnen ook O&O-fondsen een rol spelen.’
- ‘Netwerk als bedrijf actief in je eigen regio. Jij hebt een tekort aan mensen, ik heb ze over: wat kunnen we voor elkaar betekenen? Het lijkt me zinvol om een meer regionale invulling te geven van arbeidsmarktbeleid.´
Doel
Met de beschrijving van de arbeidsmarktsituatie in twintig sectoren wil de RWI partijen, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, gemeenten en arbeidsmarktintermediairs, helpen om hun arbeidsmarktbeleid beter vorm te geven. Kennis van overschotten en tekorten kan helpen bij het vinden van vacatures voor werkzoekenden en omgekeerd. Zo wordt bijvoorbeeld inzichtelijk waar boventallige werknemers terecht zouden kunnen en wat daarvoor nodig is.
P&Oactueel heeft een groep op
Altijd als eerste op de hoogte met de gratis 

En daar schuilt nu het gevaar: ouderen raken meer en meer werkeloos; 38-jarigen worden al als TE oud weggestuurd bij sollicitaties (waar gebeurd!!!). Mensen van 40 jaar en ouder worden door het UWV naar vrijwilligersbureau gestuurd waar gebeurd!!!!) Hoe denkt de regering dit probleem op te lossen? Moeten mensen die 40 jaar en meer gewerkt (GEWERKT!!!) hebben straks allemaal met een bijstandje toe? Mensen geboren na 1950 hebben VUT betaald voor de generatie voor hen (beuren dus zelf niets en kunnen ook niet eerder stoppen dan 65). Zij betaalden (zo zeiden de bonden) pensioenpremies voor henzelf. Niets lijkt nu nog te gelden, want ook de pensioenen staan ter discussie. Maar diezelfde bonden en de regering durven van deze mensen te vragen ook nog eens te denken aan de generaties na hen. Wie denkt aan hen? En... bij reorganisatie en faillissementen zijn juist mensen die 40 jaar en meer werken de klos! En wie wil ze dan nog? De bekende stank voor dank!